Waarom doe ik wat ik doe?

Mijn beste jeugdherinneringen bewaar ik aan de tuin van mijn oma.
Een flinke tuin, voorin een boeren bloementuin met een grote perenboom. Tegen de noord-gevel een morel.Achter de bloemen de moestuin. Verder in de tuin een boomgaard met kersen, perziken, pruimen, aalbessen en nog veel meer. Achterin een heel wild stuk met hoog gras, kikkers, insekten die we nog nooit gezien hadden. Dwars tegen de achtergrens stonden de bijenkasten van de buurman,.. daar mochten we niet komen.
Dagen brachten we daar door. Als het etenstijd was, werden we binnen geroepen en zaten we aan een grote tafel in de keuken, soms met een man of 15. De kinderen zaten achter de tafel op een lange bank, die tegen de muur stond. Oma kookte op de kachel in de keuken voor al die mensen of we aten dikke sneden roggebrood, die gesneden werden met een soort machine, dat wilden wij ook graag doen. Als mam niet oplette vroegen we aan oma of we boter en suiker op dat brood mochten. Ze zei altijd ja…. We moesten soms helpen met tuinbonen doppen, boontjes lezen of kersen pitten voor de inmaak. Dat vonden we minder boeiend.

Opa en oma hadden 5 kinderen, wat wat weinig was in die tijd. Ze waren grotendeels zelfvoorzienend, hadden (voor mijn tijd) een varken, een paar ganzen, konijnen en kippen, die waren bestemd voor de slacht. De dieren aten voedselresten en tuinafval en het varken liep o.a. onder het composttoilet, wat op een verhoging stond. Dit was in de jaren 50 van de vorige eeuw. Er was een kleine kruidenier in het dorp en een cooperatie, waar plaatselijke oogst verkocht werd. Iedereen maakte deeg voor brood en vlaaien, dat werd naar de bakker gebracht, die deed het bakwerk.

In de razendsnelle transitie die begon in de jaren 50, gingen jonge stellen in nieuwbouwhuizen wonen, werden nieuwbouwwijken uit de grond gestampt en begon de opmars van de supermarkten en de schaalvergroting.
Ik groeide op in een nieuwbouwhuis, in een nieuwbouwwijk in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, en voelde me ontheemd. Me toen nog niet bewust van het feit dat die wortels zo belangrijk voor me waren, raakte ik behoorlijk de weg kwijt.

Nu zie ik, dat door mij heen, de wortels van het verleden, leiden naar een circulaire toekomst met een duurzame voedselvoorziening. Ik heb mijzelf daarin de taak gesteld, om de geschiedenis te transformeren naar een toekomst, waarin we dat realiseren. Dat doe ik met veel liefde en plezier en ter nagedachtenis aan mijn voorouders, die duurzamer leefden dan ze zelf wisten.